PGS 15 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen geactualiseerd

PGS 15 Voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen bestaat de richtlijn PGS 15 voor opslag en tijdelijke opslag met betrekking tot brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid. In deze publicatie zijn de regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Beschermingsniveau Voor de bepaling […]

PGS 32 Bovengrondse opslag explosieven gepubliceerd

Oktober 2016 – PGS 32 ‘Explosieven voor civiel gebruik: Bovengrondse opslag’ is momenteel beschikbaar. Het betreft een nieuwe PGS richtlijn. Het opstellen heeft plaatsgevonden in het PGS 32-team dat onderdeel is van de PGS-beheerorganisatie.

Doel van PGS 32

PGS 32 is een richtlijn voor de veilige opslag van explosieven voor civiel gebruik, inclusief de bepaling van veiligheidsafstanden. Deze publicatie bevat de stand der techniek relevant voor de bovengrondse opslag van explosieven voor civiel gebruik volgens de meest recente inzichten.

PGS 32 is een kennisdocument voor overheid en bedrijfsleven. Belangrijke punten waarop PGS 32 antwoord geeft, zijn:

  • Eisen aan permanente opslag van explosieven met betrekking tot constructie, brandveiligheid en beveiliging;
  • Voorbeelden van effectbeperkende maatregelen.

Aanleiding voor het opstellen van deze nieuwe PGS

CPR 7, de bewaring van springstoffen en ontstekingsmiddelen, is in 1999 ingetrokken. Deze richtlijn uit 1983 bevatte eisen voor de opslag van springstof bij bedrijven en overheidsinstellingen, met uitzondering van die van het ministerie van Defensie. De CPR 7 wordt nog genoemd in paragraaf 3.5 van de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik.

Sindsdien is er geen richtlijn meer beschikbaar voor het opslaan van explosieven voor civiel gebruik.
Dit gemis in regelgeving werd ook geconstateerd door de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (rapport Ontplofbare stoffen, op weg naar integrale ketenveiligheid; Adviesraad Gevaarlijke Stoffen, dd 21 december 2007). Het kabinet heeft vervolgens deze constatering onderschreven en een aantal acties aangekondigd, waaronder het opstellen van een PGS voor explosieven voor civiel gebruik.

Nu beschikbaar

Na jaren zonder richtlijn voor het opslaan van explosieven voor civiel gebruik is vanaf vandaag PGS 32 te downloaden met daarin de stand der techniek voor dergelijke opslagvoorzieningen.

Actualisatie PGS 32

De planning voor actualisatie van de PGS 32 is bepaald voor 2019.

Publicatie download
> PGS 32 – Explosieven voor civiel gebruik: bovengrondse opslag PGS 32:2016 versie 1.0

BRON: Publicatiereeks gevaarlijke stoffen

ILT gaat handhaven op kwaliteit veiligheidsadviseur en jaarverslag

Vanaf 1 januari 2016 treedt de ILT handhavend op als de kwaliteit onvoldoende is van zowel de veiligheidsadviseur als het jaarverslag van ondernemingen die gevaarlijke stoffen vervoeren.

Aanleiding hiervoor is dat uit controles van de ILT blijkt dat de kwaliteit van de veiligheidadviseur en het jaarverslag dikwijls tekortschiet. Daarom is in 2014 de Beleidsregel veiligheidsadviseur opgesteld. Hiermee krijgt de inspectie meer mogelijkheden om goed te kunnen handhaven.

Handhaving op veiligheidsadviseur

De controles van de ILT zijn erop gericht om na te gaan of de veiligheidsadviseur zijn taken voldoende heeft ingevuld en voldoende de naleving van de voorschriften heeft gecontroleerd. Als blijkt dat aan één of meerdere controleaspecten niet wordt voldaan, zal de ILT bestuursrechtelijk handhaven.

Handhaving op het jaarverslag

Ook wordt er bestuursrechtelijk gehandhaafd op de aanwezigheid en de kwaliteit van het jaarverslag. De inspectie beoordeelt het jaarverslag op een aantal belangrijke aspecten die tenminste hierin aanwezig moeten zijn, zoals een beschrijving van:

  • De algemene activiteiten en die van gevaarlijke stoffen van de onderneming;
  • De werkzaamheden van de veiligheidsadviseur;
  • De opleiding van de veiligheidsadviseur;
  • Incidenten, bijna incidenten of ernstige inbreuken, de analyse hiervan en de eventuele verbetervoorstellen naar aanleiding van deze incidenten;
  • Het beveiligingsplan ingevolge hoofdstuk 1.10 van het ADR, RID, ADN;
  • Procedures die betrekking hebben op de activiteiten van de onderneming;
  • De controle op de naleving van de voorschriften door de veiligheidsadviseur;
  • De adviserende taak van de veiligheidsadviseur richting de ondernemer.

Mogelijke dwangsommen
De inspectie kan uiteindelijk besluiten om een dwangsom op te leggen. Daarvoor zijn de volgende bedragen vastgesteld:*

    • Indien een onderneming geen veiligheidsadviseur heeft benoemd: € 5.000,00;
    • Indien de veiligheidsadviseur niet kan aantonen dat hij zijn taken heeft uitgevoerd en/of niet kan aantonen dat hij heeft gecontroleerd op de praktijken en procedures met betrekking tot de activiteiten van de onderneming: € 2.500,00;
    • Indien geen jaarverslag is opgesteld over de activiteiten van de onderneming: € 2.500,00;
    • Indien het jaarverslag niet ingaat op de genoemde activiteiten van de onderneming: € 1.000,00.

*De onderneming wordt hiervan per brief in kennis gesteld. Daarbij krijgt de onderneming drie maanden de tijd om de overtredingen te herstellen. Mochten de overtredingen niet zijn hersteld, dan kan dit leiden tot deze dwangsommen

Handige links:

BRON: ILT

Coulanceregeling TCVT bijscholingen ingesteld door DNV GL

September 2016 – Een kraanmachinist die een certificaat heeft behaald om een kraan te mogen bedienen volgens de wettelijke regels van TCVT moet zijn certificaat ook verlengen en dient te beschikken over voldoende aantoonbare praktijkervaring (die hij/zij bijhoudt in een TCVT boekje). Om dit certificaat geldig te houden moet hij/zij:

  • Beschikken over voldoende aantoonbare praktijkervaring en
  • De eindtermen van het betreffende certificaat in een bijscholing van 4 dagdelen hebben gevolgd.

Of

  • Theorie-examen met goed gevolg afleggen indien de machinist de bijscholingen niet heeft gevolgd (tot 1 jaar na verloopdatum van het certificaat) en
  • Beschikken over voldoende aantoonbare praktijkervaring;

Of

  • De eindtermen van het betreffende certificaat in een bijscholing van 4 dagdelen hebben gevolgd.
  • Praktijk examen met goed gevolg afleggen;

Of

  • Theorie-examen met goed gevolg afleggen en
  • praktijk examen met goed gevolg afleggen.

Daarbij dient te worden aangetekend, dat de bijscholing van 4 modules in 4 dagdelen verdeeld wordt in 2 dagdelen in de eerste 36 maanden van de certificaat-geldigheidsduur en 2 dagdelen in de laatste 24 maanden van de certificaat-geldigheidsduur.

Onduidelijkheid
In het verleden is flexibel omgegaan met de eerste 36 maanden. Indien iemand binnen redelijke termijn na de 36 maanden de eerste 2 modules volgde, kon iemand toch zijn certificaat laten verlengen. Per 1 juli 2016 is dat niet meer mogelijk zonder een coulanceregeling TCVT. Maar hierover is onduidelijkheid ontstaan. De machinisten die al voldaan hebben aan de bijscholingseis hoeven zich geen zorgen te maken en is de tussentijdse coulanceregeling TCVT die is ingesteld niet van toepassing.

De tussentijdse coulanceregeling TCVT die ingesteld is betekent concreet:
Machinisten, die zich melden voor de eerste bijscholing, maar van wie de eerste 36 maanden van het certificaat zijn verlopen, deze alsnog kunnen volgen voor 2 augustus 2018. De Machinist dient voor die datum ook de tweede bijscholing gevolgd te hebben.
Er kan geen coulanceregeling TCVT gegeven worden, indien de machinist niet voor 2 augustus 2018 zijn/haar 4 dagdelen bijscholing heeft gevolgd. Het wort ook aangeraden om ernaar te streven de bijscholingen voor de wettelijk gestelde termijnen gevolgd te hebben.
Machinisten, van wie het certificaat verloopt voor 1 januari 2019 en die hun eerste bijscholing te laat hebben gevolgd; én de tweede wél op tijd hebben gevolgd – of gaan volgen – dus binnen de 24 laatste maanden, kunnen hun certificaat gewoon verlengen.

Voor de groep die theorie-examen heeft gedaan:
Machinisten, die inmiddels een theorie-examen hebben afgelegd in plaats van de tweede bijscholing, hebben geen meerkosten hoeven maken omdat een examen niet meer kost dan een bijscholing. Machinisten, die daarvoor zijn gezakt krijgen op het aantonen van, de kosten voor het herexamen vergoed.

1 keer bijscholingsdagen voor alle certificaten
De machinist hoeft maar 1 keer de bijscholingsdagen te volgen, ook als de machinist meer dan 1 certificaat heeft. De machinist dient met het bijscholingsinstituut af te stemmen, dat zij van alle certificaten de eindtermen behandelen.

Aanvragen deskundigheidsbewijs
Indien de machinist heeft voldaan aan de bijscholingseis en praktijkervaring, kan de machinist een nieuw TCVT deskundigheidsbewijs aanvragen via het DNV Portal.

BRON: DNV GL Business Assurance B.V.